Per november 2011 is een herziene versie van de VCU (Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties) verschenen, namelijk de VCU versie 2011/05. Naast een aantal aanpassingen mede door de ISO/IEC 17021 (norm waaraan certificerende instellingen dienen te voldoen), is er 1 belangrijk verschil met de vorige versie, VCU 2007/04. Deze versie valt weer onder de accreditatie van de Raad van Accreditatie.

 

De nieuwe versie van de VCU, versie 2011/05 is geaccepteerd door de Raad van Accreditatie. Hierdoor valt deze versie ook onder de ISO/IEC 17021. Alle certificatie instellingen die in Nederland geaccrediteerd zijn door de Raad van Accreditatie moeten voldoen aan deze norm. Hierdoor moet een certificerende instelling een fase 1 audit (vooronderzoek) uitvoeren ter voorbereiding op de certificatie audit. Tijdens de fase 1 audit zal de certificerende instelling beoordelen of de uitzendorganisatie een gedocumenteerd VG-beheersysteem heeft inclusief klachtafhandeling. Daarbij zal er beoordeeld worden of interne audits en directiebeoordelingen zijn gepland en uitgevoerd.

 

Hieronder zullen de inhoudelijke wijzigingen worden toegelicht.

Vraag 1.1

  • Er dient jaarlijks een interne audit te worden uitgevoerd op de hoofdvestiging en alle betrokken nevenvestigingen, het gehele systeem bestrijkend.
  • Jaarlijks dient de directie een bespreking te houden waar een beoordeling wordt uitgevoerd op basis van de rapporten van de interne audits (directiebeoordeling).

Vraag 1.2

  • De uitzendorganisatie dient te beschikken over een NEN 4400 certificaat, niet ouder dan 1 jaar en afgegeven door een geaccrediteerde inspectie instelling.

Vraag 2.2

  • Er dienen jaarlijks te realiseren VG-doelstellingen te worden vastgesteld.
  • Er dient een VG-actieplan (actiepunten, verantwoordelijkheden en tijdsplanning) te worden opgesteld, die aangeeft op welke wijze de VG-doelstellingen worden bereikt. Dit actieplan dient minimaal jaarlijks getoetst te worden en indien nodig bijgestuurd.
  • De beleidsverklaring en actieplan dient gecommuniceerd te zijn aan de medewerkers (leidinggevende en intercedenten) van de hoofdvestiging en betrokken nevenvestigingen.
  • Het moet aantoonbaar zijn door bijvoorbeeld verslagen van adviezen, dat er beroep is gedaan op de nodige deskundigheid (minimaal MVK).

Vraag 2.4

  • Indien een intercedent en/of leidinggevende in het bezit is van minimaal een diploma MVK, is hij/zij vrijgesteld van VIL-VCU.

Vraag 3.2

  • Er dient te zijn vastgelegd welk persoon verantwoordelijk is voor het invullen van het veiligheidspaspoort 
  • Tegenover iedere vermelding / aantekening in het veiligheidspaspoort moet een bewijsstuk zijn opgenomen in het personeelsdossier.
  • Feitelijk zijn de vragen 3.2 en 3.3 vanuit de VCU 2007/04 samengevoegd tot 1 vraag, 3.2 in de VCU 2011/05

Vraag 4.1

  • Alle uitzendkrachten vallende binnen de scope van certificatie, dienen in het bezit te zijn minimaal basisveiligheid, tenzij dit in de aanvraag vermeld is en gemotiveerd door de inlener dat dit niet verplicht is. Dit was ook al een eis in de VCU versie 2007/04 echter vinden wij dit een belangrijk punt van aandacht.

Vraag 4.3

  • Uitzendkrachten dienen kennis te hebben genomen van de mogelijkheid om op eigen initiatief een gekwalificeerde medische deskundige bedrijfsarts te raadplegen voor arbeidsgerelateerde gezondheidsklachten.

Vraag 4.4

  • Jaarlijks aantal controlebezoeken tijdens uitzending dient minimaal 10% van het klantenbestand te zijn.
  • Er dient opvolging te zijn van de eventueel te nemen verbeteracties.

Vraag 4.5

  • Doelstelling van de vraag is specifiek gemaakt. Het gaat er bij de evaluatie om dat er gekeken wordt naar verbeteringen met het oog op de veiligheid en gezondheid van de uitzendkracht op de werkplek.
  • Bij de vraag is een N.B. toegevoegd. Indien geen afwijkingen of negatieve response heeft plaatsgevonden dan wordt deze minimumeis van de vraag positief beoordeeld.

Vraag 5.2

  • Doelstelling van de vraag is specifiek gemaakt. Het gaat er nu om, dat er lering wordt getrokken vanuit ongevallen met het oog op de veiligheid en gezondheid van de uitzendkracht op de werkplek;
  • Bij de vraag is een N.B. toegevoegd. Indien er geen ongevallen met verzuim/werkverlet plaats hebben gevonden, wordt deze vraag positief beoordeeld.

Vraag 6.1

  • Op het gebied van medische geschiktheid dient voorafgaande aan de tewerkstelling overleg te zijn met de inlener.
  • Er dient bekend zijn op basis van een RI&E voor welke functies en/of werklocaties bij de inleners, eisen gekoppeld zijn met betrekking tot de medische geschiktheid van de uitzendkrachten.
  • De beoordeling van de medische geschiktheid dient door een gekwalificeerde medische deskundige te worden uitgevoerd.
  • N.B. In Nederland houdt de rol van de uitzendorganisatie in dat zij medewerking verleent aan de door de inlever aan te geven onderzoeken indien deze door de inlener worden uitgevoerd.
  • Borging registratie van de medische geschiktheid van de uitzendkrachten.

Vraag 6.2

  • Er dient overleg te zijn met de inlener over de periodiek aan te bieden medische onderzoeken van de uitzendkrachten.
  • De uitzendkrachten dienen geïnformeerd te worden over periodieke medische onderzoeken.
  • Betrokkenheid van advisering door een gekwalificeerd medisch deskundige.
  • Borging registratie van de medische geschiktheid van de uitzendkrachten.

Documenten

Op de website van het Centraal College van Deskundigen VCA (www.ssvv.nl) staan de overgangsregeling VCU en een digitale versie van de VCU-checklist.

 

 

De Wilde ingenieurs groep • Velserweg 16 • 1942 LD Beverwijk • T. 0251 - 22 22 62 • F. 0251 - 22 20 11 • E. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.sitemap

Go To Top